'En Daisy, ik zweer het, je had er moeten zijn maar je was er niet. '
Levi Olthof over KOE #18
Dordrecht, een dag als alle anderen
Lieve Daisy,
Omdat je me afgelopen zaterdag niet wilde vergezellen maar de voorkeur gaf aan een feestje in een vervallen kraakpand zal ik je per omgaande op de hoogte stellen van hetgeen ik gezien en gehoord heb. Volledigheid en chronologie zullen ontbreken en mijn woorden zijn niet in staat om onderling een totaalbeeld van de avond te vormen. Teleurgesteld en gefrustreerd zullen bepaalde kunstenaars bemerken dat hun act onbesproken blijft maar bedenk Daisy, dat ik ook maar een mens ben. Dat ik, gelijk al die anderen, slechts op een plek tegelijk kan zijn.
Ik zal je mee terug nemen naar de avond in kwestie. Naar Den Bosch, naar het theater van toneelgezelschap Artemis. Waar foto’s van voorstellingen de muren sieren en de geur van eindeloze repetities nog steeds in de lucht hangt. Het betreft een grote ruimte met vele mogelijkheden. Er is een trap naar boven en een deur naar buiten. De ruimtes waar de kunstenaars vanavond hun verhaal vertellen zijn groot maar overzichtelijk. We spreken, kortom, van een ideale locatie voor een avond als deze. Een avond Klub Koe.
Tegen achten stroomt de foyer vol. Verschillende hoofden en verschillende lichamen vullen nu snel de ruimte en vanachter een sigaretje en een biertje blikt men vooruit op de avond die komen gaat. In groepjes staat men bijeen, bekijkt het programma of praat zachtjes over wat zaken van persoonlijke aard: veelal futiele probleempjes die in de loop van de avond vergeten zullen worden. Natuurlijk heeft het iets van een receptie: de groepjes, de drankjes en de koffie maar ach. Alle begin is receptie en als om half negen de avond definitief begint, slaat de sfeer om. Ontspannen, ’t pilsje in de hand, manoeuvreren de gasten zich van ruimte naar ruimte. Van theater naar dans en van poëzie naar muziek.
In een van de ruimtes die zich boven bevind zit Mamabart ontspannen achter een tafel. Op een beamer worden korte filmpjes geprojecteerd. We zien een vrouw die naakte mannen uit een boom schudt. We zien een pluche vogeltje aan een touwtje dansen. En we zien Mamabart zelf met een buitenboordmotor in de achterbak van zijn auto en weer later, in pak, huppelend door de straten van Den Bosch. Tegen het decor des levens speelt Mamabart een bizar spelletje met de werkelijkheid. Hij laat ons dingen zien waar we soms naar verlangen. Momenten die dankzij hun absurde karakter net een beetje meer resonantie krijgen. Die breken met de banaliteit van het leven. Met minimale middelen weet hij het stramien te doorbreken om ons vervolgens een nieuwe werkelijkheid voor te schotelen waarvan we nooit vermoed hadden dat die zou bestaan.
Een heel ander verhaal is Oase, de debuutfilm van Marjet Boek. Een kort portret van vier mensen die voor een avond op elkaars gezelschap zijn aangewezen. Vier verschillende individuen die eigenlijk alleen in hun treurigheid en onkunde raakvlakken vertonen. Het grootste gedeelte van de film speelt zich af op de gang van flatgebouw ‘Oase’ waar gegeten, gezopen, gedanst en gepraat wordt. Op zachte toon spreken de personages over het verleden en de gevoelens maar wezenlijk gezien zijn de stiltes die vallen veelzeggender. In de stiltes liggen het isolement en de verdrongen gevoelens. De warmte die alleen op papier dichterbij komt.
Ofschoon Oase een sfeervol en poëtisch beeld schetst van de vervreemde en eenzame mens krijg je als kijker zo nu en dan het gevoel dat er meer is. Dat we kijken naar een onderdeel van iets groters maar gezien het feit dat Oase Boeks eerste film is lijkt die mogelijkheid niet uitgesloten.
Oh Daisy, er was zoveel keus die avond. In de foyer werd je keer op keer overvallen door besluiteloosheid. Naar links of naar rechts? Naar buiten of boven? Of nog een sigaretje, een biertje en een beetje luisteren naar de muziek van Born in the Barn. Twee gitaren en een viool. En dan heel oprecht. Je weet wel: recht uit het hart. Je was bijna vergeten dat het nog bestond. Of de hand van de stoïcijn, Teun Jansen, die beneden in de foyer een zwart bord vol tekent. Witte handen van het krijt en een blik vol ernst en concentratie. Wanneer het bord vol is neemt hij een foto die hij naast het bord hangt. Hij noteert de tijd zodat we de vooruitgang kunnen zien en tegen twaalven hangt er een prachtig overzicht van een avond hiërogliefen. .
En daarna toch weer de trap op voor een scabreuze vertelling (lees: een schuin verhaal) door Rob van Gestel. Een burlesk, Russisch avontuur dat een monderlinge overlevering kent van tweehonderd jaar. Een verhaal over Boris en zijn wonderlul.
Van Gestel is een prettige verschijning met een dito stemgeluid. Zijn vaart en energie werken aanstekelijk en er zijn waarschijnlijk weinig mensen die zo ingeleefd een “perverse anekdote” kunnen vertellen. Punt van kritiek betreft echter de snelheid van vertellen, waardoor het verhaal zo nu en dan slecht te volgen is. Sommige woorden gaan verloren, een enkele zin is onverstaanbaar en dat is kut. Erg kut. Dat Van Gestel talent heeft is namelijk evident.
En dan is er dans. Elsa Bosma danst Toute Suite Maintenant Déjá Vu. Uitgangspunt is het sprookje van HC Andersen, het Meisje met de Rode Schoentjes dat handelt over een arm weesmeisje dat in contact komt met een de vrouw en plots al haar wensen in vervulling ziet gaan. Wanneer ze echter meer wil en in de Rode Schoentjes gaat dansen is het einde zoek.
Bosma blijft dicht bij Andersen s’ sprookje. We zien hoe ze wordt binnengedragen als onderhevig vod. We zien hoe ze zich uit deze rol bevrijdt en we zien hoe ze de rode schoentjes aantrekt. Ze gaat gedetailleerd te werk, ze neemt haar tijd en zodra ze de schoentjes draagt is er geen houden meer aan. Ze danst. Er zijn geen alternatieven. Zoals Hendrix een was met zijn gitaar is zij een met haar lichaam. Kruipend, rennend, zwetend: dansend. Het is intens en erotisch. Beklemmend en heftig.
Dans, meisje, dans. Er zijn geen andere opties. Er is niets om op terug te vallen. Er is geen ontkomen aan. Zolang je de schoentjes aan je voeten voelt knellen kan je niet weg. Tot die tijd zul je onze tijd op moeten vullen. Zul je ons moeten vermaken want we zijn verveeld en eenzaam en bovendien slikken we alles. Van jou wel. Zoveel kunde en overgave. Nee, dan hoor je geen meer mens protesteren.
En dan Daisy, na dat alles doe ik nog eenmaal een beroep op je verbeelding. Kom. Pak mijn hand dan leid ik je naar buiten waar onder een verlichte boom een hondenbench staat. In de bench een steen en op een paar meter afstand een vuurkorf met knapperend hout. Na een paar minuten verschijnt ze – Zhimin Tang – ten tonele. Ze neemt plaats onder de boom, vlak naast de bench en heft een Chinees lied aan. Haar heldere stem weerklinkt door de koude avond. We verstaan geen woorden maar de uithalen en de klanken zijn in dezen afdoende. Ze voert ons mee naar een andere plek, een andere tijd.
Voel je die koude rilling? Die ene traan in je rechteroog? Hier kan heel weinig tegen op. Zie je de metaforen? De metaforen die we niet uitspreken. Die we begrijpen en die ons bijblijven. Die we niet vergeten. Hoe graag we misschien ook zouden willen.
En ten slotte, tegen twaalven, dansen we op de muziek van dj New Spice de nacht uit. Met een hoofd vol woorden en beelden en klanken. En Daisy, ik zweer het, je had er moeten zijn maar je was er niet. Daarom deze woorden. Opdat je weet wat ik doe. Opdat je weet wat me bezig houd. Opdat je weet wat me soms gelukkig maakt.
Alle liefs,
Levi
Levi Olthof,
student Koning Willem I College
|